Tekstfragment "Een parel van een Jotie" (Nicolas Mannens)

Diep en onophoudelijk in gedachten verzonken.

Ik prijs mijzelf gelukkig daarvoor.

Het licht en springerig haar.

De grote, vlezige pruillippen.

Het stevig gebouwde torsje.

Het eeuwenoud en levenslang junkieverdriet

van Jotie, die ik nooit gekend heb,

die ik diep en onophoudelijk mis.

De mooie jonge oppergod met een

lieve glimlach en een geile, geile, geile snoet.

Door de een verafgood, door de ander

verguisd en schandalig godvergeten.

In bad zeg ik zijn naam.

In bed zeg ik zijn naam.

Aan tafel zeg ik zijn naam, en mijn dierbare

schaamlippen vergeten nooit mee te doen.

Jotie niet graag zien, is voor mij hard labeur.

Een onmogelijkheid.

Een onmogelijkheid.

En nu... nu voel ik onstuitbaar

de behoefte een bruid te zijn.

Zijn bruid met bloesemborsten,

zichtbaar door het witte, witte, witte kleed,

dat ik niet heb, waar ik zo naar verlang.

Mijn couturier, waar is mijn couturier?

In de tussentijd spreek ik wel tot Jotie.

Ik zal zeggen dat ik straks kom,

dat zoiets een deugddoende mogelijkheid is,

waar ik rotsvast in geloof.

Ja, er is een keerpunt onderweg.

Ik voel mijn schaamlippen nu al

schuimbekken, naar hartelust.

Ik zal opnieuw kunnen dansen.

 

(Uit: "Een parel van een Jotie" van Nicolas Mannens, tweede luik van een theaterreeks rond Jotie)

 

Tags: